Beroepssecundair onderwijs (BSO)
In het secundair onderwijs in Vlaanderen kent men de onderwijsvorm Beroepssecundair onderwijs, in veel gevallen afgekort tot BSO. Het BSO is vooral een praktisch vorm van onderwijs. Het kan dus goed voorkomen dat meer dan de helft van het lesrooster wordt ingenomen door stages en praktijkopdrachten. De theoretische vakken dienen bij deze vorm van onderwijs voornamelijk ter ondersteuning van de praktijk.
Het BSO is gebaseerd op de volgende drie principes: – Leerlingen worden er voorbereid op een geïntegreerd sociaal leven. – Men wordt een beroep aangeleerd. Dit gebeurt op een manier dit niet alleen concreet maar vooral ook realistisch is. – Leerlingen worden geholpen bij de ontwikkeling van hun persoonlijkheid
zodat ze actief en verantwoord kunnen deelnemen aan de samenleving.
Vaak worden theoretische vakken in het BSO niet afzonderlijk meer aangeboden maar samengebracht in een project. De verschillende deelvaardigheden zijn in een dergelijk project geïntegreerd en worden ook wel Project Algemene Vakken, afgekort PAV, genoemd.
Leerlingen die het Bso gaan volgen kiezen in de eerste graad van het secundair onderwijs meestal voor een tweede beroepsvoorbereidend leerjaar. In dat jaar leren ze verschillende beroepsvelden kennen. Pas in de tweede graad kiezen de leerlingen dan een eigen studierichting die ze willen gaan volgen.
Vanaf de leeftijd van 15 jaar kan een leerling ervoor kiezen om de opleiding aan het BSO te combineren met een werksituatie. Ze stappen dan over naar het Deeltijds Beroeps Secundair Onderwijs (DBSO). Ze gaan dan drie dagen per week werken en volgen twee dagen les aan het DBSO.
Bent u op zoek naar een volwassenenonderwijs instelling. Bekijk dan alle volwassenenonderwijs instellingen van Vlaanderen